Rozendaalbeekvallei

Voorstelling

  • Ligging: tussen Tienen en Vissenaken.
  • Oppervlakte: Momenteel ong. 23 ha in beheer (totale oppervlakte van de vallei is ong. 70 ha), aansluitend bij een groter geheel van de Velpebeemden rond de Paddenpoel. In kader van de ruilverkaveling werd het gebied begin 2008 uitgebreid van 9 ha tot haar huidige oppervlakte van 23 ha.
  • Toegankeljkheid: vrij toegankelijk.
    Een eerste wandelpad werd in 2008 aangelegd vanaf de Kraaibonstraat (nabij de Tiense watertoren) tot aan de Dienemstraat waar de twee bovenlopen van de Rozendaalbeek samenvloeien. Dit pad leidt je rondom het amphitheatervormig keteldal en biedt je spectaculaire zichten op de vallei.
    In het najaar worden een aantal graslanden begraasd. Ook dan is het gebied toegankelijk, maar bezoekers worden dan wel uitdrukkelijk gevraagd om de toegangen weer goed te sluiten bij het betreden en het verlaten van de begraasde percelen.
  • Wandelingen:
    - Op de infoborden is een wandeltraject doorheen het reservaat en omgeving aangeduid.
    De infoborden zijn momenteel nog verouderd en worden binnekort aangepast. Ook wordt nog een groot infobord gepland aan het begin van het nieuwe wandelpad.
    - Landschapswandeling in de landschapskrant
  • Werkdagen: zie kalender
  • Educatief natuurbeheer: de Rozendaalbeekvallei krijgt hulp van enkele scholen, die hier jaarlijks komen meewerken en genieten in dit gebied.
  • Giften: vermeld projectnummer 9415 bij elke gift voor dit natuurgebied (293-0212075-88). Vanaf 30 euro wordt een fiscaal attest afgeleverd.
  • Meer info: ga ook eens kijken op de website van de Rozendaalbeekvallei op www.vissenaken.be/rdbv
  • Inlichtingen:
    Luc Nagels: 016 81 73 30 - luc@vissenaken.be

> Voorstelling van het reservaat

> Een reservaat voor natuur en voor de mensen

> Beheer

> Plattegrond met wandelparcours

 

 

De Rozendaalbeekvallei: ‘een enig plekje natuurschoon’. Zo werd de Rozendaalbeek reeds in 1953 omschreven in het heemkundig handboek ‘Mooi Hageland’.

 

De Rozendaalbeek is een piepklein beekje dat net buiten Tienen aan de noordwestelijke kant ontspringt in twee amfitheatervormige hellingen. Al na enkele honderden meter ontmoeten de twee aparte armen elkaar en vormen samen de Roosdaalbeek, die op de stafkaarten vermeld staat als ‘Vlietende beek’. Ze kronkelt hier en daar nog heel natuurlijk door de natte weilanden. Oude knotwilgen begeleidden haar vroeger over de ganse lengte, maar ondertussen verdwenen veel van deze typische landschapselementen. De beek vindt in een steeds breder wordende vallei haar weg naar de Velpe.

Hoe het begon

Begin maart 2001 verscheen een verkoopbordje bij het weideperceel met bosje (1) tussen de Metselstraat en de Hymelinusstraat. Een nieuw reservaatsproject kon opstarten. Na enig opzoekwerk en contacten met de plaatselijke bevolking kon het eerste aangekochte perceel snel uitgebreid worden met een aanliggende weiland (2). En een jaar later besloeg het reservaat een gebied van ong. 9 ha. Het is een waardevol natuurgebied dat van oudsher vooral bestaat uit drassige weiden, gelegen tussen de twee Vissenaakse woonkernen Sint-Maarten en Sint-Pieter. De ruggengraat van de vallei is de statige rij knotwilgen, waarvan er ondertussen meerdere gesneuveld zijn.
Begin 2008 werd het natuurgebied in kader van de Ruilverkaveling Vissenaken uitgebreid met 14 ha valleigronden en beslaat dus momenteel 23 ha. aaneengesloten natuurgebied.

De planten, de dieren en het landschap

Het reservaat bezit een hellingbosje met kalkrijke, ijzerhoudende bronnen waar je nog bosanemoon, pilzegge en Wilde kamperfoelie vindt. Daarnaast heb je natte graslanden. Overal kwelt er immers grondwater omhoog. Gedeeltelijk vind je er een ruige vegetatie met moerasspirea, moesdistel, kattenstaart en harig wilgenroosje, maar ook bloemrijke percelen met slanke sleutelbloem, dotterbloem, echte koekoeksbloem, bosbies, veldrus en in het voorjaar massaal pinksterbloem. Sinds 2005 mogen we ook spreken van een echt orchideeënreservaat: de brede orchis breidt zich langzaam maar zeker uit: begonnen met 18 exemplaren in 2005 tot 70 exemplaren twee jaar later!
De grachten zijn getooid met watereppe en o.a. langs de Sint-Hymelinusstraat, beekpunge en holpijp.
Stroomopwaarts, aan de andere kant van de Metselstraat, is het landschap meer gesloten omdat de vallei er steilere wanden heeft. Een moerassig en bebost ruigtegebied met zeggen en riet en een grote gegraven vijver omzoomd door sparrenbomen, vormen hier de laatste aankoopwinst. Verder stroomopwaarts horen nog een bijzonder mooie helling en een amfitheaterachtige kom waar enkele van de bronnen van de vallei ontspringen, bij de aangekochte percelen. Bovenaan vinden we drogere graslanden met margriet, kraailook, knoopkruid, goudhaver, glanshaver en wasplaten, de 'orchideeën' onder de zwammen. Begin 2008 werd dit gedeelte in kader van de ruilverkaveling verbonden met de rest van het reservaat. Deze tussenliggende weilanden vormen een waardevolle natuurlijke aansluiting waar de beek nog vrij kronkelt.
Het reservaat is ook het leefgebied van steenuil en eikelmuis.


De Rozendaalbeekvallei

Typisch voor de Rozendaalbeekvallei is de geborgen ligging tussen de twee parochies van Vissenaken. Toch merk je daar nauwelijks iets van als je door het dal wandelt. De meest stroomafwaartse natte graslanden tussen de Metselstraat en de Hymelinusstraat, die het eerst werden aangekocht, liggen het meest in de kijker. De andere percelen zijn niet zo gekend omdat er minder doorkijk is. Ook het reliëf beperkt het zicht: vanaf de Kaakstraat kan je nauwelijks een blik werpen in het smalle dal. Een wandelpadje dat de vallei volgt, kan een nieuwe wereld openen in het dorp…

Een reservaat voor natuur en voor de mensen

Het reservaat zal beheerd worden om een aantal planten en dieren, die in een gecultiveerde omgeving niet meer konden overleven, terug kansen te geven.

Het gericht natuurbeheer naar soorten toe is één aspect. Een ander aspect waaraan we in de Rozendaalbeekvallei bijzonder willen schenken, is de sociale functie. Precies door de nabijheid van de bewoning kan het reservaat uitgroeien tot de ‘achtertuin’ van de ganse bevolking. De toegankelijkheid kan bevorderd worden door het aanleggen van een wandelpad zodat de bezoeker een overzicht krijgt van het natuurschoon, en toch bepaalde kwetsbare stukken worden ontzien. Het creëren van een netwerk van aansluitende veldwegen zou de ontsluiting van Vissenaken voor de natuurwandelaar aanzienlijk ten goede komen.
Ook de plaatselijke Basisschool bevindt zich op enkele passen van het reservaat. Het project ‘Educatief Natuurbeheer’ betrekt jaarlijks de leerlingen van de derde graad van de Basisschool en enkele andere Tiense scholen bij natuurbeheer en -beleving. Telkens kijken meer dan honderd kinderen uit naar deze natuurdagen: zie meer...

Het beheer

De natte weilanden rond de Rozendaalbeek lenen zich het best tot een herstel van de bloemrijke hooilanden, zoals ze er honderd jaar geleden moeten hebben uitgezien. De specifieke flora en fauna kan enkel in ere hersteld worden als aan strikte voorwaarden van bodemgesteldheid en vochtigheidsgraad zijn voldaan. Hierop is het beheersplan gericht.

Verarming van de bodem is een eerste vereiste. Dit wordt bekomen door maaien (2x per jaar is ideaal), machinaal op de drogere stukken, en manueel en/of met lichter getuig op de natste gedeelten. Een alternatief of een aanvulling is een gedoseerde begrazing: bijvoorbeeld na de 1e maaibeurt in juli het gebied laten begrazen, maar dan onder strikt gecontroleerde voorwaarden voor wat betreft de duur en het aantal dieren.

Een permanente hoge vochtigheidsgraad van het maaiveld is een tweede belangrijk beheersdoel. Het mineraalrijke grondwater, dat in dit gebied zeker aanwezig is (kalkindicatoren in de fauna, ijzerneerslag in de drainagepijp) moet alle kansen krijgen om de oppervlakte te bereiken. Hiertoe moet het zure, dus minder interessante oppervlakte- of neerslagwater, worden afgevoerd, bijvoorbeeld door het aanleggen van ondiepe greppels op de juiste plaats. Een hydrologische studie door middel van een netwerk van peilbuizen en wateranalyses, samen met een nauwkeurige observatie van fauna en flora, zal ons het meest ideale systeem helpen ontwikkelen. Meteen ligt de nadruk van de landschappelijke ontwikkeling van het gebied op het open karakter ervan met boeiende en typische lijnvormige elementen zoals de knotwilgenrij, de sloten, en het ontwikkelen van hagen of begroeide taluds aan de randen. Het aanleggen van één of meerdere poelen op nog te bepalen plaatsen, vervolledigen de diversiteit.
Of de Rozendaalbeek zelf, die hier duidelijk in een kunstmatige bedding is gewrongen, in de toekomst een meer vrije, meanderende loop krijgt, is het onderwerp van een historische topografische studie.

Knotwilgen

De Regionale Vereniging Natuur en Landschap, zoals Natuurpunt Oost-Brabant in lang vervlogen jaren heette, had in de vroege jaren 80 reeds interesse voor deze smalle lieflijke vallei. Vrijwilligers knotten toen vele van de wilgen die de vallei zo uitdrukkelijk sierden. Het is zo lang geleden dat deze bomen nog een beurt kregen dat in de periode van de start van het Rozendaalbeekproject verschillende exemplaren dreigden open te scheuren door het enorme gewicht van de dikke takken, die de reusachtige knoesten kroonden. Eén van de vroegere eigenaars was bereid om als laatse eigenaarsdaad de imposante rij wilgenlangs de Metselstraat bij te werken. Bovendien kwam de ploeg van IGO met veel plezier de exemplaren langs de rand van de vallei knotten. De bomen konden weer met een frisse kop enkele jaren verder.

tekst en figuren: Paul De Cort en Luc Nagels