

Het parcours kronkelt door het natuurgebied rondom de Grote Gete en de oude spoorwegroute naar Namen. Daarbij worden verschillende biotopen doorlopen: een houtkant, een ruigte en thermofiel grasland op een oud rangeerstation. Er groeien o.a. soorten die van warmte houden zoals marjolein, slangenkruid, kattendoorn en knoopkruid. De ruige weelderige flora biedt er een paradijs voor vlinders, kevers, slakken... Vogels ontbreken niet in het begeleidende struweel.
Een deel van een eeuwenoude weide langs de Grote Gete wordt door Natuurpunt vernat. Watersnip, blauwe en zilverreiger en vele soorten eenden zijn er vaak te gast. De typische flora die bij zulke weiden hoort wil Natuurpunt terugkrijgen door aangepast beheer. Nu vinden we er al veel soorten, waaronder een zee van pinksterbloemen, goudkleurige vlekken met dotterbloem en ook knolsteenbreek, een elegant wit bloemetje dat hier bloeit rond 15 mei om nadien snel te verschrompelen.
Een stuk van de vroegere spoorweg, nu een fietspad, lijkt een groene tunnel, met spontane opslag van bomen, struiken en kruiden. Veel soorten zijn typisch voor de streek, anderen zijn kenmerkend voor oude spoorwegbermen. De zeldzame kruidvlier tiert er weelderig.
Verder gaat we langs een bronbosje, weilanden met kwel en cultureel erfgoed met verwijzingen die dateren uit de 14-de eeuw: de Kleine Molen op de Grote Gete en de Sint-Servatiuskapel te Rommersom. Deze staat op een oude landtong die een panoramisch uitzicht biedt over de Getevallei. Bij een gedeeltelijke restauratie van de kapel werd aan kerkuilen gedacht.