De rode lijsten van o.a. planten en broedvogels laten er geen twijfel over bestaan: onze akkerfauna en -flora zijn de kritische bedreigde soortengroepen. Voorheen zijn algemene soorten als veldleeuwerik, geelgors, korenbloem, hamster en grauwe gors op vele plaatsen verdwenen en sommige van deze soorten dreigen zelfs op korte termijn uit te sterven in BelgiŽ en de ons omringende buurlanden! Goed gelegen akkerreservaten met gericht beheer in functie van akkervogels blijken een belangrijke on- dersteunende tot zelfs cruciale rol te kunnen vervullen voor heel wat van de soorten in het hedendaagse landbouwgebied.

Het project ‘Graan voor Gorzen’ van de Natuurpuntafdeling Velpe-Mene is daar een voorbeeld van. Op de akkerreservaten wordt sinds 2002 een beheer gevoerd waarbij gedurende het winterhalfjaar overblijvende tarwe en ander voedsel op de, als natuurgebied beheerde, akkertjes te vinden is. De akkertjes zijn ook van levensbelang voor de uitstervende specifieke akkerflora. Een interview met Robin Guelinckx, bezieler en coördinator van het project…

Kiekendieven slachtoffer van het Europees landbouwbeleid door afschaffing braak

Op de leemplateaus van centraal Haspengouw komen jaarlijks meerdere kiekendieven tot broeden. Het gaat om de grauwe kiekendief, de blauwe kiekendief en de bruine kiekendief. Ze worden er aangetrokken door de open ruimte met veel graanakkers doorweven met kanten en randen. Meest bijzonder zijn de blauwe en de grauwe kiekendief, twee zeer zeldzame Europese habitatsoorten, waarvan de laatste jaren broedgevallen in de regio rond Hoegaarden plaatsvinden. Het was sinds het midden van de jaren ’90 geleden dat er nog grauwe kiekendieven in Haspengouw tot broeden kwamen.


Dit jaar werd echter een enorme achteruitgang vastgesteld. Voedselgebrek, voornamelijk veroorzaakt door biotoopverlies, is hier de oorzaak van. Ook twee nesten van blauwe kiekendief in de regio van Hoegaarden werden verlaten door voedselgebrek. In Nederland in de provincie Groningen, waar in 2007 bijna 50 koppels tot broeden kwamen, is de broedpopulatie een jaar later in 2008 meer dan gehalveerd tot slechts 21 koppels…

Eén van de belangrijkste redenen is de afschaffi ng van de enige resterende Europese braaklegregeling (grasbraak) ten voordele van gewassen die nodig zijn voor biobrandstof. Deze grasbraak werd afgelopen winterhalfjaar massaal omgeploegd en ingezaaid met tarwe of maïs. De hoge maïsprijs heeft er toe geleid dat ook andere graslanden in akkerland werden omgezet dit voorjaar (vaak na eerste maaibeurt begin mei). Ook buiten de intensieve akkerbouwgebieden heeft dit waarschijnlijk tot een enorme achteruitgang van biodiversiteit op het platteland geleid. Het massale verlies van geschikt jachtbiotoop in combinatie met een zwak muizenjaar heeft er dus voor gezorgd dat er in 2008 geen enkele grauwe kiekendief met succes gebroed heeft in Haspengouw! Biodiversiteit in het landbouwgebied vereist dat snel werk gemaakt wordt van de aanleg van een doordachte groene infrastructuur op de meest kansrijke plaatsen d.m.v. brede erosie- en natuurstroken, akkerreservaten en zinvolle beheersoverkomsten zodat we deze topsoorten van het agrarisch gebied niet kwijtraken. Binnen Noordwest-Europa zijn de leemplateaus van centraal Haspengouw trouwens één van de zeer weinige landbouwgebieden met nog relatief complete akkerleefgemeenschappen van Europees beschermde soorten als hamster en drie soorten kiekendieven en met bolwerken van Rode-Lijstsoorten als geelgors, veldleeuwerik en grauwe gors. Elders in dit nummer werd al aangegeven hoe biodiversiteit en een hoog productief agrarisch gebied met elkaar te combineren zijn.

Robin Guelinckx bij het ringen van een juveniele grauwe kiekendief langs
een Groningse triorand. Foto Freek Verdonckt

Vrouwtje blauwe kiekendief in Outgaarden. (Freek Verdonckt)

Grauwe kiekendief: vanuit Natuurpunt werd in het kader van het Regionaal
Landschap Zuid-Hageland de grauwe kiekendief voorgesteld als het symbool
van de natuur in het agrarisch landschap in Brabants gedeelte van Droog
Haspengouw. Als we erin slagen om net zoals in het grootschalig akkergebied
in Groningen in het gebied Tienen-Landen-Sint-Truiden-Tongeren tot een
vitale populatie van deze rode lijstsoort te komen zou invulling gegeven kun-
nen worden aan het begrip ‘hoge biodiversiteit in het agrarisch gebied’.
Foto’s Freek Verdonckt

Robin, hoe zijn jullie ertoe gekomen, akkerreservaten te creëren?
Robin Guelinckx:

In 1996 kreeg Natuurpunt een kalkrijke, stenige akker toebedeeld in de ruilverkaveling Hoegaarden. Die werd beheerd in functie van de zeldzaam geworden akkerflora. Gezien de goede botanische resultaten, hebben we dit beheer ook toegepast op een aantal verworven percelen: Katerspoel, Blinde Ezel, Aalst en Egypte (Rosdel). Het waren alle vier intensieve maar landbouwkundig slechte tot zeer marginale akkertjes, die voor de ene botanische verrassing na de andere zorgden. Er werden op meerdere plaatsen Rode-Lijstsoorten zoals groot spiegelklokje gevonden. Soorten als kleine wolfsmelk en spiesleeuwenbek bleken nog courant aanwezig in de zaadbanken. In dezelfde periode werd de zuidgerichte stenige helling op het Pertseveld te Hoxem als akkerreservaat ingericht (Mene-Jordaanvallei). Later kon Natuurpunt nog landbouwkundig marginale stenige akkertjes beheren in het Koutemveld/Groot Veld in Boutersem en het Terrassenlandschap van Kumtich.


Van akkerreservaat naar `Graan voor Gorzen': hoe ging dat in zijn werk?
Robin Guelinckx:
In het begin ging de aandacht vooral naar de planten, maar sinds 2002 hebben we het beheer van de akkerreservaten afgestemd op alle akkerleefgemeenschappen. Die doen het nagenoeg allemaal slecht. Omdat gorzen en veldleeuweriken in grote concentraties overwinteren bij hooivoederplaatsen van pony's en hoekjes waar ze van de graantjes kunnen meepikken, kozen we voor inzaai van onbehandelde tarwe die niet geoogst wordt en waarvan de opbrengst in de aar minstens tot na de winter op het veld blijft.

Aanvankelijk vond dit plaats op vijf percelen in het Hoegaardse Nerm en Hoksem. Deze percelen herbergden reeds vanaf de eerste winter enorme aantallen geelgorzen (meer dan 600 exemplaren op één perceel) en grauwe gorzen (meer dan 100 exemplaren op één perceel). Gezien het succes was de beslissing snel genomen om het areaal van deze natuurakkertjes uit te breiden en te optimaliseren.

In de periode 2002-2007 steeg het aantal van 5 naar 11, enkele tijdelijke percelen buiten beschouwing gelaten. Een zeer belangrijk perceel voor de sterk bedreigde grauwe gors is het akkertje op het plateau van Outgaarden (Bosdel). In 2008 komen er nog twee gebieden bij, namelijk een perceel te Tienen (Kleinbeek) en twee Gobertange-stenenakkers naast Bois de Caberg net over de gewestgrens (Rosdel).

Blijkbaar zijn deze akkertjes broodnodig geworden voor de overleving van de akkervogels. Waarom is dat zo?
Robin Guelinckx:
De belangrijkste redenen voor de achteruitgang van akkervogels zijn de veranderingen in de landbouw. Het vrijwel volledig verdwijnen van de zomergraanteelt (dat is graan dat pas na de winter gezaaid wordt en niet in het najaar) is zo één van die veranderingen die nefast gebleken is voor akkervogels. De inzaai in het voorjaar en latere oogst van deze teelt was voor laat broedende soorten als grauwe gors, grauwe kiekendief, kwartel en veldleeuwerik (meerdere legsels) ideaal. Tot enkele decennia geleden waren er in de winter onbespoten graanstoppelvelden die braak bleven liggen in afwachting van het zaaien van het zomergraan. Ook de perceelsgrootte was beduidend kleiner en resulteerde in veel meer randstroken. Het verdwijnen van deze winterse stoppelvelden met alles wat er nog aan zaden op het veld achterbleef, blijkt een enorm verlies voor de akkervogels. Ze vinden gewoon onvoldoende voedsel in de winter. Ook het verdwijnen van kruidenrijke overhoeken en grasstroken is één van de oorzaken.


Een in de winter overblijvende graanstrook: ideaal voor de overleving van de akkervogels.
Foto Robin Guelinckx

Tegenwoordig wordt in de graanteelt vrijwel enkel wintertarwe en wintergerst gezaaid dat behandeld wordt met pesticiden, kunstmest en producten die de stengel van het gewas laag houden. Het gewas groeit ook dichter op mekaar. De oogstdatum valt steeds vroeger, eind juni begin juli. Onmiddellijk na de oogst worden de velden geïnjecteerd met drijfmest, omgeploegd en opnieuw ingezaaid met een navrucht of groenbemester. Al deze factoren tezamen: pesticiden die het voedsel, zijnde insecten en wilde zaden doden, te dicht gewas, te vroege maaiing, snelle afwisseling van teelt, afwezigheid van braak en randen maken het de akkervogels zoals geel- en grauwe gorzen, gele kwikstaarten, veldleeuweriken en kiekendieven die hun nest op de grond tussen het gras of het graan maken, moeilijk om nog nestgelegenheid en voldoende voedsel te vinden, laat staan om jongen groot te brengen. Broedgelegenheid en voedsel zijn immers gedurende een te korte periode beschikbaar. Het ontbreken van voedsel in de kritische winterperiode doet de rest.

Komt daar nog bij dat de kleine percelen van vroeger vervangen zijn door uitgestrekte akkers en alle tussenliggende akkerranden vol kruiden en struikgewas verdwenen zijn. Dat betekent nog minder voedsel beschikbaar en alle bescherming verdwenen. Vooral doornstruweel is een favoriete schuilplaats voor gorzen die tevens als slaapplaats benut wordt. Voldoende dekking dicht bij de foerageerplaatsen blijkt erg belangrijk te zijn voor geelgorzen. Voor de grauwe gors zijn verspreide struiken en ruigtekruiden belangrijk als zangpost gedurende het broedseizoen en ideale rustplaatsen tijdens de rui- en winterperiode. Laat nu net deze groene linten van kruidenrijke randen en struwelen langs perceelsgrenzen en (holle) wegen in sneltreintempo uit ons landschap verdwijnen of sterk degraderen tot kale grasstroken waarop geen voedsel of dekking meer te vinden is.

 

Beheersovereenkomst akkervogels

Beheerovereenkomsten voor akkervogels kunnen vanaf dit jaar afgesloten worden. Dit is een nieuwe beheersovereenkomst die van toepassing is in kerngebieden van akkervogels. Aangezien het zuidoostelijke deel van Vlaams-Brabant één van de belangrijkste gebieden voor typische akkervogels als grauwe gors is, zijn er heel wat kerngebieden in een ruime regio rond Landen en Tienen als belangrijk akkervogelgebied afgebakend. Deze gebieden
zijn tevens de meest intensieve akkerbouwgebieden van de regio waar de agrarische sector een belangrijke verantwoordelijkheid heeft om de biodiversiteit te behouden en te versterken. In deze gebieden is het cruciaal om een minimum aan groene infrastructuur op een duurzame manier te behouden en uit te breiden door ondermeer dergelijke gerichte beheersovereenkomsten. De beheersovereenkomsten voor akkervogels omvatten het aanleggen van een duo-grasstrook, overblijvende graanranden, overwinterende graanstoppelvelden, onbespoten graanranden, inzaai vogelvoedselgewassen en aanleg van veldleeuwerikvlakjes.

Rechts: Overzichtskaartje ‘Graan voor Gorzen-akkers’ in afdeling Velpe-Mene. Daarnaast zijn er nog akkertjes in Ezemaal (Landen) en in het Natuurpuntgebied De Zilverberg (Meensel-Kiezegem).

Geelgors. Foto Freek Verdonckt

STEUN HET PROJECT GRAAN VOOR GORZEN

De akkerreservaten en het project Graan voor Gorzen zijn bijzonder baanbrekend en efficiënt. Natuurpunt Velpe-Mene heeft een enorme inspanning gedaan voor de aankoop van de akkertjes, de inrichting en het jaarlijks beheer ervan. Recent werd in het kader van dit project zelfs een buitengewoon goede akker aangekocht in het aan Rosdel grenzend Waals gedeelte, die volledig voor de rekening van Natuurpunt Velpe-Mene komt zonder enige subsidie. Ook in de ruilverkaveling Vissenaken konden 2 ha gorzen- en rugstreeppaddenreservaat gerealiseerd worden. Jouw gift voor het project Graan voor Gorzen is dan ook meer dan welkom. Storten op rek. nr. 293-021275-88 van Natuurpunt
te Mechelen met vermelding ‘projectnummer 3997 Graan voor Gorzen’. Giften vanaf 30 euro zijn fiscaal aftrekbaar.